11. GEZONDHEID
3.11. GEZONDHEID
3.11.1. Toegelaten / Niet-toegelaten
Om besmetting van andere kinderen te voorkomen en om elk kind de tijd te gunnen volledig te herstellen, geldt als algemene regel dat een ziek kind niet toegelaten is op school. Het is de plicht van de ouders om de school zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van de ziekte van hun kind, zodat eventuele voorzorgsmaatregelen kunnen genomen worden voor de klasgenootjes.
Kunnen worden toegelaten : kinderen met lichte infecties en niet-besmettelijke aandoeningen. Worden niet toegelaten tot de school : kinderen met koorts, met kinderziekten, met ernstige infecties, met luizen, met een besmettelijke ziekte, …..
3.11.2. Neten en luizen
Indien u neten en /of luizen ontdekt bij uw kind, behandel dan eerst uw kind, alvorens het naar school te sturen. Kijk eventueel ook andere kinderen en uzelf na.
Bovendien moet u de school hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen. Behandel ook hoofddeksels, kussenslopen en lakens.
Indien wij neten en / of luizen ontdekken, zullen we onmiddellijk contact met de ouders opnemen om het kind op te halen en te (laten) behandelen. Dit is geen tuchtmaatregel, wel een preventiemiddel om verdere besmetting te voorkomen. Na behandeling mag u het kind terug naar school brengen.
3.11.3. Geneesmiddelen
Er kunnen op school alleen maar geneesmiddelen genomen worden op voorwaarde dat de ouders dit schriftelijk vragen aan de klastitularis en er duidelijk bij vermelden welk geneesmiddel in welke hoeveelheid en wanneer moet ingenomen worden.
Bovenstaande houdt in dat ieder kind, behoorlijk gekleed, kan buiten spelen.
3.11.4. Zindelijkheid
Ouders van startende peuters worden aangemaand om er voor te zorgen dat hun kind op startdatum zindelijk is, zeker op het vlak van stoelgang. Een ongelukje kan natuurlijk altijd gebeuren. Maar voor een vlot verloop van het klasgebeuren is een zo groot mogelijke zindelijkheid van de peuters noodzakelijk. Mocht het kind dan toch een ongelukje hebben, dan hebben we graag wat reservekledij: reservebroek, reserveslip, reservekousen. Heel belangrijk is dat de kledij naamgetekend is. Afspraak is dat wanneer er een natte broek naar huis komt, de ouders de volgende een droge meegeven naar school. Ze blijft er steeds reservekledij op school aanwezig.
Wanneer het kind echt niet zindelijk is, zal de betrokken leerkracht en/of de zorgcoördinator samen met de ouders naar een oplossing zoeken (bijvoorbeeld plastassen). Zie ook engagementsverklaring, punt 3.6.2 – derde engagement (deelnemen aan alle vormen van individuele begeleiding)